Winstmarge Webshop Calculator
LiveDe meeste webshophouders halen markup en marge door elkaar en onderschatten hoeveel de betaaldienstverleners van elke verkoop afsnoepen. Deze calculator scheidt ze netjes. De markup is het percentage dat je boven op de kosten zet om tot de verkoopprijs te komen: kost een artikel € 10 en verkoop je het voor € 20, dan is je markup 100 procent. De marge is het deel van de verkoopprijs dat als winst overblijft, en diezelfde verkoop heeft een marge van 50 procent. Ze klinken hetzelfde en worden voortdurend verwisseld, maar leiden tot heel andere prijsbeslissingen. Boven op de marge komen de echte kosten van online verkopen: de betaalkosten (bij de meeste platforms doorgaans rond 2,9 procent plus een kleine vaste fee per transactie), verzendkosten die je doorberekent of zelf draagt, en verpakking. De calculator toont je brutomarge (prijs min alle kosten van de goederen, verzending inbegrepen) en je nettomarge na de betaalkosten, plus een prognose van de maandomzet en de maandelijkse nettowinst bij een bepaald verkoopvolume. Gebruik hem om je prijzen te toetsen voordat je een product lanceert of om uit te zoeken welk volume je nodig hebt om een gepland advertentiebudget rendabel te maken. WhatIP geeft schattingen en is geen financieel advies.
Frequently asked questions
De markup is het percentage boven de kosten. De marge is het percentage van de omzet. Een markup van 50 procent geeft een marge van 33 procent; een markup van 100 procent geeft een marge van 50 procent. Het is niet hetzelfde en je moet ze niet door elkaar halen in gesprekken met leveranciers of partners.
Markup en marge in een zin
De markup is het percentage boven de kosten. De marge is het percentage van de omzet. Een markup van 50 procent op € 10 aan kosten geeft een prijs van € 15, dus een marge van 33 procent (5 van de 15). Een markup van 100 procent geeft een prijs van € 20, dus een marge van 50 procent. De twee vallen alleen samen bij nul, en op dat punt is geen van beide nog van nut. Maak tegenover leveranciers, boekhouders en partners altijd duidelijk welke van de twee je bedoelt.
Hoe gezonde marges in de webshop eruitzien
Het doel hangt af van het segment. Eigen merken die rechtstreeks aan de consument verkopen (D2C) mikken meestal op een brutomarge van 60 tot 80 procent en een nettomarge van 30 tot 50 procent na kosten en verzending. Wederverkopers op marktplaatsen (eBay, Amazon FBA) werken doorgaans krapper: 25 tot 50 procent bruto en 15 tot 30 procent netto. Dropshipping is meestal het dunst, vaak 15 tot 30 procent bruto en onder de 15 procent netto, nadat de prijs van de dropshipleverancier en de platformkosten zijn afgetrokken.
Een hoge nettomarge is niet de enige maatstaf voor de gezondheid van een bedrijf: ook het volume en de klantwaarde over de hele relatie tellen mee. Een product met 60 procent nettomarge dat vijf stuks per maand verkoopt, is slechter dan een product met 25 procent nettomarge dat er 500 per maand verkoopt. De calculator laat beide cijfers zien, per stuk en per maand, zodat je ze tegen elkaar kunt afwegen.
De verborgen kosten die de marge uithollen
De betaalkosten zijn het meest constant: Stripe, Shopify Payments, PayPal en de meeste kaartverwerkers rekenen rond de 2,9 procent plus zo'n € 0,30 per transactie, met verschillen naar regio, kaarttype en platform. Over een jaar, bij een omzet van zes cijfers, telt dat op tot duizenden euro's die bij het inschatten van de winstgevendheid vaak over het hoofd worden gezien.
Het retourpercentage is de op een na grootste verborgen kostenpost. Het sectorgemiddelde ligt rond de 5 tot 15 procent van de bestellingen bij fysieke producten en loopt op tot 30 procent bij kleding. Houd rekening met het retourpercentage van je categorie wanneer je de uitkomst van de calculator vergelijkt met je werkelijke resultatenrekening: een retourpercentage van 15 procent verlaagt je nettomarge in de praktijk met 15 procent, omdat je de kosten van het teruggestuurde artikel, de oorspronkelijke verzending en vaak ook de retourzending draagt.
De acquisitiekosten per klant zijn de derde verborgen post en bepalen of het bedrijf opschaalt. Zelfs bij een nettomarge van 40 procent geldt: kost het werven van een klant je gemiddeld de helft van diens orderwaarde, dan zit je per bestelling op break-even en ben je alleen rendabel als klanten opnieuw kopen. Volg de klantwaarde over de hele relatie naast de nettomarge per bestelling.
Hoe je het prognoseveld gebruikt
Het aantal stuks per maand voedt de prognose van de maandomzet en de nettowinst. Stel het in het begin voorzichtig in: een getal dat je zeker weet te halen, niet een dat je hoopt te halen. De uitkomsten tonen je dan de bodem van wat het bedrijf oplevert. Is die bodem niet genoeg om de tijd te rechtvaardigen, dan klopt de prijs niet, kloppen de kosten niet, of moet het volume omhoog voordat het model werkt.
Prijsproeven die de moeite waard zijn
Laat de calculator drie keer lopen en verander telkens één variabele. Verhoog eerst de prijs met 10 procent en kijk naar de nettomarge en de nettowinst per stuk. De winst is meestal groter dan mensen verwachten, omdat de hele absolute verhoging na de kosten rechtstreeks naar het resultaat vloeit. Verlaag ten tweede de inkoopkosten met 10 procent via volume-inkoop of een andere inkoopbron. Ook dat gaat grotendeels naar de winst. Verlaag ten derde de verzendkosten of schaf gratis verzending af. Klanten accepteren meestal een kleine bijdrage in de verzending als het product zich onderscheidt, en de margeverbetering is duidelijk.
Geen van deze proeven is een theoretische oefening. Het zijn de knoppen waar webshophouders echt aan draaien, en de calculator brengt het effect in beeld voordat je je aan een wijziging vastlegt.